Selecteer een pagina

Over kunst, economie en stad

Beleid, Marketing

Leeswijzer naar aanleiding van: Koos van Zanen (2006), Productiemilieus van de creatieve sector in Amsterdam, Amsterdam, DRO Simon Kuper (2006), Retourtjes Nederland, Atlas

Van films weet ik wel wt (van filmtechniek overigens helemaal niets), en Van Gogh en Vermeer maken me gelukkig. Maar voor de rest: van kunst heb ik geen verstand (wat me er overigens niet van weerhoudt krachtige oordelen te vellen over kunstenaars). Maar als ik dan onderricht wordt door een kenner, schaam ik me meestal diep. Jeff Koons vond ik verderfelijk, maar onder begeleiding een tentoonstelling van hem bezoeken resulteerde in diepe bewondering. Van een documentaire over Picasso word ik stil. Johannes Ockeghem beluister ik nagenoeg elke zondag devoot. Prachtig. Met de jaren word ik steeds gereserveerder als kunst ter sprake komt, laat het oordeel meestal aan anderen over (al vind ik Reve schromelijk overschat), en geniet met volle teugen. Want ik vind wel veel mooi, al weet ik vaak niet waarom.

Wat ik wel met grote stelligheid durf te verkondigen is dat de creatieve kenniseconomie geen hype is! Waar routinematige activiteiten naar lage lonenlanden verplaatst worden, transformeert de westerse economie tot een bijna volledig op dienstverlening georinteerde samenleving. Het concurrerend vermogen ten opzichte van de lage lonenlanden ligt in een specifieke vorm van de productiefactor arbeid: creatieve kennis. Dit menselijk kapitaal neemt een steeds belangrijkere plaats in ten opzichte van de productiefactoren natuur en kapitaal. Het creatief toepassen daarvan leidt tot innovaties. Innovaties zorgen voor nieuwe producten en diensten die economische groei mogelijk maken. Vooral de vraag van (westerse) consumenten naar meer unieke producten en diensten die een bijzondere beleveniswaarde hebben, leidt tot economische en productiviteitsgroei.

De sector die zonder enige twijfel die beleveniswaarde vorm geeft, is die van de kunsten. Aankleding van het product, aankleding van de marketing, aankleding van de locatie waar het product geconsumeerd wordt, het vloeit allemaal voort uit de creatieve beroepen. De creatieve sector is, in Amsterdam althans, een groeiende sector. De economische groei vanaf 1993 komt voor een groot deel op conto van bestedingen in de creatieve kennissector. Die onderdelen van de stedelijke economie die tot kunst en cultuur en behoren, dragen met groeicijfers van 8 tot 9 procent fors bij aan de economische groei van Amsterdam.

Is Amsterdam de kunsthoofdstad van Nederland? Ongetwijfeld! Vuistregel is dat het in Nederland gebeurt in de Randstad, binnen de Randstad is het de Noordvleugel, daarbinnen de regio Amsterdam (met als kern Amsterdam zelf), en daarbinnen weer de stad binnen de Ring A10. In een onderzoek van Van Zanen wordt haarscherp aangetoond dat zowel de musea en kunstgalerien alsook de scheppende kunsten, evenals de podiumkunsten, voor het overgrote deel gevestigd zijn in de binnenstad of delen van de negentiende-eeuwse gordel.

Daar is een aantal verklaringen voor, zoals het feit dat creatieve kennis een onzekere broodwinning is. Kosten en eindproduct zijn namelijk onzeker. Daarom worden risicos over meerdere (kleinere) bedrijven verdeeld. Deze bedrijven willen en moeten wel in elkaars nabijheid zitten. Bovendien gaat de uitwisseling van persoonsgebonden kennis, wat creatieve kennis per definitie is, het snelst via face to face contacten. Een binnenstadsmilieu biedt een grote diversiteit aan ontmoetingsplekken.

Internationaal wordt Amsterdam nog wel eens afgeschilderd als actieve kunst-stad van de tweede garnituur. New York, Londen en Berlijn zijn meer in trek bij kunstenaars. Zou dat te maken hebben met de alledaagse vormen van de Nederlandse cultuur? De Engelse journalist (met Nederlandse roots) Simon Kuper analyseert de Nederlandse samenleving op een aantal aspecten en is hard in zijn oordeel over onze alledaagse omgangsvormen: we zijn luidruchtig, kennen niet de elegante ingetogenheid van de meeste buitenlanders en zijn vanwege onze botte houding niet geschikt voor serviceberoepen.

Bezoek in Amsterdam een trendy caf en je staat perplex van de onkunde en hiermee gepaard gaande onbeschoftheid van het veel te jonge bedienend personeel. Die kunst verstaan Belgen, Britten, Duitsers en Spanjaarden beduidend beter. En dat komt hun economie uiteindelijk ten goede.

Auteur: Jos Gadet j.gadet@dro.amsterdam.nl

468

Reactie verzenden

Share This