Selecteer een pagina

De kracht van het landschap

Over het opbouwen van een community of practice

Burgerschap, Communicatie, Community, Marketing, Organisatie, Participatie

Een community of practice (CoP) is een samenwerkingsvorm die ook in Nederland aanslaat. In een CoP werken professionals aan een opgave waarbij ze een gezamenlijk belang hebben, o.a. door kennis te delen en van elkaars praktijk te leren. Vaak ontstaat zo’n community rond een bepaald onderwerp, als veilige en inspirerende context waarin vervolgens projecten en onderzoeken ontstaan. De CoP ‘Landschap als Vestigingsvoorwaarde’, opgezet door Vereniging Deltametropool en partners, heeft een iets andere geschiedenis. Het begon bij een onderzoeksproject dat uit de hand liep en uitmondde in een community. Hieronder trek ik enkele lessen uit het opbouwen van deze community, waarmee we nog volop bezig zijn.

Landschapsorganisaties stellen zich vaak defensief op. Het landschap wordt immers altijd bedreigd door ongewenste verandering, terwijl de waarde ervan zich maar lastig in iets banaals als geld laat uitdrukken. Samen met landschapsontwerper Adriaan Geuze besloot Vereniging Deltametropool in 2016 tot een offensief project waarin we een omgekeerde redenering volgen. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Economische Zaken, Staatsbosbeheer én verschillende regio’s sloten zich bij onze projectgroep aan. Het Nederlandse landschap is volgens ons geen slachtoffer, maar in toenemende mate juist een voorwaarde voor het functioneren van de kenniseconomie, waarin menselijk kapitaal (talent) centraal staat.

Talent aantrekken

Regio’s concurreren wereldwijd om talent, dat zich alleen vestigt op plekken die een hoge kwaliteit van leven hebben. Die levenskwaliteit is alleen te waarborgen als we blijven investeren in ons landschap, in en om de steden. Deze lijn van redeneren hebben we voorzien van bewijsmateriaal uit andere landen, waaronder heldere uitspraken van burgemeesters en andere politici. Bestuurders in Nederland hebben hiermee een nieuw wapen in handen om voor het landschap te vechten: het landschap is de economie. De reactie op ons onderzoek was dan ook niet zozeer een behoefte aan een vervolgonderzoek, maar eerder: hoe kunnen we hier concreet aan meewerken? Uit het onderzoek ontstond van zichzelf een praktijkbeweging.

Merten Nefs:

Het Nederlandse landschap is volgens ons geen slachtoffer, maar in toenemende mate juist een voorwaarde voor het functioneren van de kenniseconomie, waarin menselijk kapitaal (talent) centraal staat.

Pilotprojecten

In 2017 organiseerden we een traject met twaalf pilotprojecten, elk met een eigen projectteam bestaande uit beleidsmakers, ontwerpers en andere partijen. Deze partijen ontmoeten elkaar op een werkconferentie om zo bij elkaar in de keuken te kijken en feedback te geven. Een publicatie en tentoonstelling op de Landschapstriënnale 2017 vormde de stok achter de deur om snel tot resultaten te komen. ‘Landschap als Vestigingsvoorwaarde’ werd het onderwerp van de openingsmanifestatie van de Triënnale, en zette daarmee de toon. Na dit gezamenlijke resultaat, waarbij zo’n honderdtachtig mensen direct betrokken waren, ontstond de vraag hoe deze community die en passant was ontstaan verder vorm te geven en continueren. Het College van Rijksadviseurs, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Staatsbosbeheer organiseerden een basisbudget om tot en met het jaar 2020 door te gaan. Maar waarmee?

Vervolg

Op 2 oktober 2018 organiseerden we een bijeenkomst, waar circa vijfentachtig mensen met twintig initiatieven op af kwamen. Tijdens de bijeenkomst werd in deelgroepen besproken welke thema’s men binnen de CoP het meest relevant vond, en aan welke activiteiten men graag zou willen deelnemen. Momenteel werken we aan een jaarprogramma voor 2019, waarin we zo goed mogelijk inspelen op de wensen van onze community. We hebben de vier meest verstedelijkte regio’s in Nederland, met stevige beleidsprogramma’s op dit thema, gevraagd om als kopgroep te fungeren waaraan kleinere initiatieven zich kunnen optrekken. Het doel van de meeste initiatieven is om binnen de CoP ervaringen te delen en samen een sterkere vuist te kunnen maken, bijvoorbeeld richting de rijksoverheid. De digitale infrastructuur die we hierbij gebruiken is vrij basaal: een website met de belangrijkste informatie en downloads, en de LinkedIn groep ‘Landschap als Vestigingsvoorwaarde’. Op 3 december aanstaande organiseren we een vervolgdiscussie in de Van Nellefabriek, onderdeel van het congres Nederland Veranderd/t.

Lessen uit de praktijk

Het starten van een CoP is simpel, maar er is tijd en aandacht nodig om een CoP tot succesvolle resultaten te leiden. Een aantal inzichten uit ons eigen project:

  • Duidelijke meerwaarde. De relevantie van de CoP neemt toe wanneer deze iets toevoegt dat nog niet bestaat en helder communiceert over onderwerp en doelstelling. Hierin ligt ook een dilemma want onze community wil ook graag laagdrempelig, divers en open zijn. Dat schuurt met het afbakenen. Eigenlijk is dat een voortdurende discussie over waar de CoP wel en niet over gaat. Het is hierbij cruciaal om de verschillende ‘bloedgroepen’ in de gaten te houden binnen de community. In ons geval zijn dat beleidsmakers, bestuurders, ontwerpers, onderzoekers, bedrijven en studenten.
  • Genoeg regie, maar niet teveel. De resultaten van de CoP worden steviger als er een consistent programma achter zit, met grote harde mijlpalen en soms ook een idee waar projecten en initiatieven aan moeten voldoen. Structuur geeft vertrouwen. Een teveel aan structuur schrikt echter ook af en dan komt er niets uit. Ook dit is een lastig dilemma want vooral kleinere initiatieven kunnen structuur gebruiken om zich te professionaliseren en op te schalen, terwijl grotere initiatieven in de CoP al een heel eigen dynamiek hebben die soms botst met het programma van de CoP. Genoeg ruimte bieden binnen het programma dus.
  • Goede verslaglegging. De CoP ontwikkelt zich geleidelijk en om een sterk track record op te bouwen is het aantonen van voortgang en impact cruciaal. Dit kan met papieren publicaties, publieke manifestaties en online. Als het maar zichtbaar is, met de juiste toon en frequentie die horen bij het onderwerp.

 

The following two tabs change content below.
Spatial planning and urban design have much to gain from research and data. At the same time it is impossible to make cities behind a desk in academia, because the real world is the urban laboratory. Since the start of my career I have tried to build bridges between theory and practice; either by reflecting on ongoing urban developments; or by speeding up research a little bit by linking it to practical cases. With experience at architecture and urban planning firms in The Netherlands and Brazil, I have learned to lead complex design & research projects, with interdisciplinary teams and public stakeholders.
468

Reactie verzenden

Share This